Ancistrus dolichopterus (syn. Ancistrus temminckii)

Familie;
Loricariidae (harnasmeervallen)

Onderfamilie;
Ancistrinae

Vindplaats;
Amazonegebied, in snelstromende beekjes.

Geslachtsonderscheid;
De mannetjes zijn te herkennen aan de grotere en dikkere stekels op de kop.

Lengte;
Tot ongeveer 15 centimeter

Ancistrus dolichopterus

Huisvesting;De A. dolichopterus aardt het beste in een wat groter gezelschapsaquarium waarin voldoende schuilmogelijkheden zijn.Denk hierbij aan gevormde rotspartijen of stukken kienhout.De vissen zijn in hun natuurlijke biotoop gewend aan snelstromend water en stellen dit ook in het aquarium erg op prijs.Met een zeer krachtig motorfilter kunt u de natuurlijke omstandigheden van hun biotoop redelijk goed nabootsen.De vissen schrapen algen van de aquariumruiten, stenen en planten.

Sociale eigenschappen;Deze algeneters doen het prima als solitair en gaan hun eigen gangetje.Voor de kweek worden doorgaans koppels of trio's M/V/V gehoudenOok de kleinste vissen in het aquarium worden met rust gelaten.
Overdag zijn ze meestal rustig en houden ze zich verborgen onder kienhout of in het groen.
Tegen de schemering worden ze wat actiever.

Temperatuur en watersamenstelling;
23-27 °C.
De hardheid en zuurgraad van het water zijn niet zo belangrijk.
Het water moet wel zuurstofrijk zijn.

Voedsel;
De A. dolichopterus is voornamelijk een algeneter.
Bij gebrek aan algen zult u ervoor moeten zorgen dat de vis toch voldoende vervangende plantaardige voeding tot zijn beschikking heeft.
Bijvoeren doe je deze vissen met oa. algen tabletjes en wafers, echter doen ze het ook goed op het tropisch granulaat.

Kweek
De ouderdieren zetten hun eieren af in een holletje tussen stenen of kienhout.
Ook zijn er speciale legholen zodat ze de eieren daarin afzetten.
Het mannetje neemt de zorg voor de eitjes volledig op zich.