Carassius auratus
GOUDVIS

FAMILIE
Cyprinidae (karperachtigen)

ONDERFAMILIE
Cyprininae

Goudvis

VINDPLAATS

De stamvader van de goudvis is de kroeskarper.
De goudvis wordt al duizend jaar in China gehouden en gekweekt, en wordt nu over de hele wereld nagekweekt.
In de natuur komt de vis echter niet voor.


GESLACHTSONDERSCHEID

Het verschil tussen de geslachten is eigenlijk alleen goed te zien als de dieren geslachtsrijp zijn.
Dan valt bij de vrouwelijke vissen de rondere en meer gevulde buiklijn op en bij de mannetjes de zo genoemde paaiuitslag; kleine witte stipjes op de kieuwdeksels en soms ook op de borstvinnen.


LENGTE

In grote vijvers kan de goudvis wel 40 centimeter of langer worden.
In het aquarium worden deze vissen zelden langer dan 15 tot hooguit 20 centimeter.
In kleine kommen, waarin de dieren helaas nog maar al te vaak worden gehouden, zullen ze onder meer vanwege plaatsgebrek, maar ook door de meestal gebrekkige voeding en onderhoud niet groter worden dan 6 tot 8 centimeter.


HUISVESTING

Goudviskommen zijn helemaal niet geschikt voor de goudvis, omdat ze veel te klein zijn.
De sterke exemplaren houden het hier een aantal jaren in uit, maar wetende dat een goudvis wel vijftien tot twintig jaar oud kan worden, zal duidelijk zijn dat de vis in een te kleine kom helaas maar een deel van deze tijd mag volmaken.
In een heel ruime kom (diameter minimaal 40 centimeter) waarin, in verband met de zuurstoftoevoer, het waterpeil net boven het
breedste punt ligt, kunt u wel goudvissen houden, maar zeker niet meer dan twee vissen.
Echter raden wij dat sterk af.

Een zuurstofrijk goed doorlucht, ruimbemeten aquarium met goede doorstroming, sterke plantensoorten (koudwaterplanten) en veel vrije zwemruimte is, naast een buitenvijver, de ideale leefomgeving voor een goudvis.De vissen grondelen graag in de bodem op zoek naar voedsel.Wil je ze een kans geven om hun natuurlijk gedrag te laten zien, pak dan geen kiezel bodem maar een zand bodem.

SOCIALE EIGENSCHAPPEN

Goudvissen zijn uiterst vreedzaam ten opzichte van zowel soortgenoten als andere vissen.
Uitzonderingen vormen vissen die langere tijd als enkeling in een te klein aquarium of te kleine kom hebben geleefd, deze ontwikkelen soms agressief gedrag ten opzichte van nieuwkomers.
Worden ze in een andere omgeving geplaatst, dan is er van agressie geen sprake meer.
Goudvissen zijn van huis uit een scholenvis dus in een groepje voelen ze zich goed op hun gemak.


TEMPERATUUR EN WATERSAMENSTELLING

2 tot 25 °C.
Een watertemperatuur van 17 tot 21°C is ideaal.
Het temperament van de vissen hangt af van de watertemperatuur.
In warm water zijn de vissen vele malen actiever dan in koud water.
De vissen zijn sterk en weinig gevoelig voor de watersamenstelling, maar het water hoort hoe dan ook zuurstofrijk te zijn (goed doorluchten met zuurstofsteentjes) en vrij te zijn van afvalstoffen.
Een regelmatige waterverversing (bijv. eens per week een kwart van het water), zal bijdragen aan een goede conditie en gezondheid van de vissen.


VOEDSEL

De goudvis is een alleseter.
Geef als basis een droogvoer dat speciaal voor goudvissen bestemd is (goudvis en sluierstaart korrels) en geen voer voor tropische vissen, omdat goudvissen minder proteïnen en meer koolhydraten nodig hebben dan de meeste tropische vissen.
Naast droogvoer eten de vissen graag insectjes (fruitvliegjes) en levend voer (muggenlarven, watervlooien).
Ook houden ze van plantaardige kost.
Bij gebrek hieraan gaan de vissen knabbelen aan fijnbladige planten.
Er zijn vegetarische vlokken voor planteneters maar ook (geblancheerde) waterkers, slablaadjes en spinazie worden door de vissen goed opgenomen.


KWEEK

In grotere tuinvijvers planten goudvissen zich het gemakkelijkst voort en zult u merken dat u ineens meer visjes in de vijver ziet zwemmen dan er oorspronkelijk uitgezet waren.
In een ruim, zuurstofrijk en met fijnbladig groen beplant aquarium wil de goudvis zich ook wel voortplanten, mits het aquarium een zonnige standplaats heeft en de vissen van tevoren goed en afwisselend gevoerd zijn.
Wanneer, bij voorkeur in de late lente, paarrijpe vissen (één vrouwtje en twee, drie mannetjes, in verband met een optimale bevruchting van de eitjes) in de kweekbak worden uitgezet, is de kans aanwezig dat ze dezelfde dag nog (of anders de volgende dag bij het ochtendgloren) gaan paaien.
Een legrooster is beslist noodzakelijk, aangezien de ouderdieren hun eigen legsel opeten.
Om dezelfde reden worden de ouderdieren na het afzetten uitgevangen.
Het is niet altijd even eenvoudig om de jonge visjes groot te brengen.
Ze zijn erg gevoelig voor temperatuurschommelingen.
Een afwijking van één graad Celsius kan al leiden tot misvormingen.
De jongen kunnen met fijn stofvoer worden grootgebracht.
Tegenwoordig worden goudvissen in de grotere kwekerijen bijna niet meer op een natuurlijke wijze gekweekt.
De kuit en hom worden handmatig afgestreken en met elkaar vermengd, zodat er zo veel mogelijk eitjes worden bevrucht.


KWEEKVORMEN

De goudvis wordt in diverse kleuren en vormen gekweekt, zoals onder meer (vrijwel) eenkleurige witte, rode, gele en zwarte vissen, maar ook gevlekte vissen en vissen die zowel blauwe, zwarte, rode als witte vlekken hebben (shubinkins).
Bovendien zijn er goudvissen met verlengde vinnen.
Deze worden komeetstaarten genoemd en zijn vanwege hun sierlijke voorkomen erg geliefd.
Alle jonge goudvisjes hebben aanvankelijk een groengrijze kleur en ze kleuren pas na ongeveer 3 maanden op.
Sommige houden hun oorspronkelijke kleur.


BIJZONDERHEDENMeer nog dan bij andere vissoorten moet u bij de aanschaf van goudvissen goed letten op de gezondheid van de vissen.Schaf nooit kwakkelende, te magere, door ziekte aangetaste of misvormde goudvissen aan.